Werkplekleren over de grens

Overzicht van de verschillende vormen van werkplekleren in Vlaanderen en Nederland.

Wat is werkplekleren?

Bij de term 'werkplekleren' denk je wellicht al snel aan de combinatie van werken en leren in het onderwijs. Deze combinatie is in Vlaanderen mogelijk via het deeltijds onderwijs (leertijd, dbso of duaal leren) en in Nederland via de beroepsopleidende- en de beroepgsbegeleidende leerweg (BOL en BBL). Zowel in Vlaanderen als Nederland wissel je één of meerdere dagen les in een school af met enkele dagen werken in een bedrijf. De term ‘werkplekleren’ krijgt echter een bredere invulling!

De definitie van werkplekleren is: “leeractiviteiten die gericht zijn op het verwerven van algemene of beroepsgerichte competenties, waarbij de arbeidssituatie de leeromgeving is”. Dit blijft natuurlijk erg vaag. 'Een arbeidssituatie' kan breed geïnterpreteerd worden. Belangrijk is dat de context waar je leert in meer of mindere mate bij het werkveld ligt. Ter verduidelijking enkele voorbeelden van werkplekleren:

  • Bedrijfsbezoek
  • Simulatieonderwijs
  • Gastles door werkveldpartner
  • Projecten die aangeleverd, begeleid of mee beoordeeld worden door het werkveld
  • Kijk-, doe- en inleefstages
  • Duaal leren en andere vormen van deeltijd(s) onderwijs

 

Voordelen van werkplekleren

De voordelen van werkplekleren hangen uiteraard nauw samen met de bewuste vorm van werkplekleren. De lijst met voordelen is eindeloos:

  • Werkplekleren vormt een uitstekende kennismaking met het werkveld. Je leert in een authentieke context en bent beter voorbereid op de arbeidsmarkt.
  • Je leert al doende. Naast het opdoen van kennis krijg je de kans om vaardigheden en attitudes te ontwikkelen.
  • Werkplekleren is vaak een welkome afwisseling met het theoretisch gedeelte. Je bent voortdurend in de weer. Verveling? Uitgesloten!
  • Je kan aan de slag met ‘echt’ materiaal.
  • Je krijgt in sommige gevallen een vergoeding.

Vergoeding

Wanneer je leren en werken combineert, krijg je hiervoor meestal een vergoeding. In Vlaanderen hangt de vergoeding af van de soort overeenkomst. Afhankelijk van het aantal uur dat je op de werkvloer presteert, worden verschillende types overeenkomsten afgesloten. Elke overeenkomst heeft andere regels rond vergoedingen.

In Nederland verdien je bij BBL-opleidingen meestal een salaris. Een BOL-opleiding geeft recht op een reisvergoeding (OV-jaarkaart) en in sommige gevallen ook op een stagevergoeding.

Check hier welke vergoeding gelinkt is aan de verschillende overeenkomsten: https://www.onderwijskiezer.be/v2/secundair/sec_leren_werken.php

Werkplekleren binnen het LES-project

In het LES-project wordt de brede definitie van werkplekleren gehanteerd. Via drie proeftuinen wordt geëxperimenteerd met verschillende vormen van werkplekleren (stages, technische werkopdrachten, …).

Hieronder ontdek je de verschillende vormen van leren en werken in Vlaanderen en Nederland. Andere vormen van werkplekleren, waarmee in de proeftuinen wordt geëxperimenteerd, komen als laatste aan bod.

Werkplekleren wordt gedefinieerd als “leeractiviteiten die gericht zijn op het verwerven van algemene of beroepsgerichte competenties, waarbij de arbeidssituatie de leeromgeving is”.

Leren en werken in Vlaanderen

Maak kennis met duaal leren, deeltijds beroepssecundair onderwijs, de leertijd en werkplekleren in het hoger onderwijs.

In Vlaanderen kan je in het secundair onderwijs leren en werken combineren via drie systemen. Je kan instappen van zodra je 15 bent en de eerste twee jaar van het secundair succesvol hebt afgerond. Indien dit niet het geval is kan je starten vanaf 16 jaar.

Benieuwd naar de onderwijsstructuur in Vlaanderen? Neem een kijkje op: https://www.onderwijskiezer.be/v2/extra/opleidingen.php

 

Duaal leren

Leren op school én op de werkvloer, dat is duaal leren. Zo ontwikkel je competenties die in de toekomst goed van pas komen in je zoektocht naar een job. Wie weet kan je later zelfs aan de slag bij de onderneming waar je je opleiding volgt. Toch liever verder studeren? Dat kan natuurlijk ook. Dan heb je alvast wat praktijkervaring op zak!

Duaal leren is een relatief 'nieuwe' vorm van werkplekleren. Het is geen onderwijsvorm op zich, maar wordt geïntegreerd in bestaande onderwijsvormen: TSO, BSO en buitengewoon onderwijs. Je kan ook een duale opleiding volgen in een centrum voor deeltijds onderwijs of bij een Syntra-lesplaats.

Bij duaal leren verwerf je vaardigheden op de werkvloer én in een school, centrum voor deeltijds onderwijs of Syntra-lesplaats. Dit is het grote verschil met andere vormen van deeltijds onderwijs in Vlaanderen, waarbij je competenties verwerft op school en deze uittest op de werkplek. Duaal leren vormt dus een ideale mix van leren in een onderneming en op school. Hoeveel dagen je per week op de werkplek leert, hangt af van je studierichting.

Wie start met duaal leren wordt ondersteund door een mentor op de werkplek en een trajectbegeleider op school. De trajectbegeleider zoekt samen met jou naar een geschikte werkplek en staat in voor de opvolging van het volledige leertraject.

Nuttige linken:

 

Deeltijds beroepssecundair onderwijs (DBSO)

Het deeltijds beroepssecundair onderwijs is bedoeld voor jongeren die niet langer voltijds op de schoolbanken willen zitten. Het wordt aangeboden door een Centrum voor Deeltijds Onderwijs (CDO). Anders dan de naam doet vermoeden is het DBSO ook een voltijdse opleiding van minimum 28 uur per week. Je volgt 2 dagen per week les in het CDO (component leren, min. 15 uur per week) en gaat 3 dagen per week werken (component werkplekleren, min. 13 uur per week).

Binnen het DBSO worden verschillende trajecten georganiseerd. De keuze voor een traject hangt af van jouw arbeidsbereidheid en arbeidsrijpheid. Een screening bepaalt het meest geschikte traject:

  • Arbeidsdeelname: voor leerlingen die echt willen werken en hiervoor ook de juiste attitudes hebben.
  • Aanloopcomponent: voor leerlingen die echt willen werken, maar hiervoor nog enkele nodige attitudes ontbreken.

Er zijn twee mogelijkheden:

  • Jongeren die nog moeten werken aan hun arbeidsrijpheid kunnen een aanloopcomponent ‘vorming’ volgen.
  • Jongeren die nog werkervaring missen, kunnen een aanloopcomponent ‘tewerkstelling’ volgen.
  • Naadloos flexibel traject (NAFT): jongeren die nog niet arbeidsgericht denken en intensieve individuele begeleiding nodig hebben, volgen een NAFT-traject.

Het deeltijds beroepssecundair onderwijs is modulair ingericht. Dit heeft als voordeel dat je deelcertificaten kan behalen.

 

Leertijd

De leertijd is bedoeld voor arbeidsrijpe leerlingen die niet langer voltijds op de schoolbanken willen zitten. Het wordt aangeboden door de SYNTRA- opleidingscentra. Je kan enkel instappen in de leertijd indien je zelf een leerovereenkomst (met een zaak of onderneming) afsluit.

In de leertijd volg je 1 dag per week les op een SYNTRA- lesplaats en ga je 4 dagen per week effectief werken in een zaak of onderneming.

Je (leer)trajectbegeleider helpt je bij de keuze van een beroep en bij het vinden van een werkplek. Hij/zij regelt alle praktische afspraken (werkuren…) en staat voor je klaar wanneer je vragen of problemen hebt. Waar de zaak of de onderneming waarin je werkt gelegen is, kies je zelf. Je kan zelf makkelijk een leertrajectbegeleider zoeken in je woonplaats of in de gemeente waar je een bedrijf wil zoeken.

Neem contact op met een trajectbeleider van SYNTRA (http://www.leertijd.be/werkend-leren/kantoren)

 

Werkplekleren in het hoger onderwijs

Sinds academiejaar 2019-2020 zijn hogescholen verantwoordelijk voor de graduaatsopleidingen (vroeger HBO5). Deze graduaatsopleidingen bereiden je voor op het uitoefenen van een beroep en situeren zich qua niveau net onder de professionele bachelor: het algemeen niveau is minder theoretisch dan een bacheloropleiding.

Werkplekleren vormt een belangrijk onderdeel van een graduaatsopleiding en omvat minimaal een derde van de totale studieomvang.

 

BOL en BBL

De beroepsopleidende- en beroepsbegeleidende leerweg

Vanaf de leeftijd van 16 jaar kan je in Nederland starten met een opleiding in het middelbaar beroepsonderwijs (MBO). Instromen in het MBO kan als je in het voortgezet onderwijs koos voor een opleiding VMBO (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs). Het MBO is onderverdeeld in 4 niveaus, elk met zijn eigen opleidingseisen:

  • Entreeopleiding (vroeger niveau 1);
  • Basisberoepsopleiding (niveau 2);
  • Vakopleiding (niveau 3);
  • Middenkaderopleiding (niveau 4).

Een MBO-opleiding kan je volgen in regionale opleidingscentra (ROC’s), vakscholen of agrarische opleidingscentra. Daarnaast zijn er ook particuliere aanbieders die MBO-opleidingen aanbieden. In het MBO kan je kiezen uit twee leerwegen: de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) en de beroepsopleidende leerweg (BOL). Volgens de wet zijn ze gelijkwaardig: beide leerwegen leiden op tot hetzelfde diploma.

 

BBL

De beroepsbegeleidende leerweg (BBL) is een opleiding die bestaat uit een combinatie van werken en leren. Gedurende de opleiding werk je gemiddeld 4 dagen per week bij een leerbedrijf en ga je 1 dag naar school. Bij sommige opleidingen is het mogelijk dat de opbouw van de studie een andere vorm heeft. Hierbij krijg je een paar weken les en vervolgens ga je een paar maanden werken bij je leerbedrijf.

Door de manier van leren bij een BBL-opleiding doe je veel praktijkervaring op en verdien je vaak een salaris. De BBL-opleiding is ideaal voor mensen die het niet zien zitten om vijf dagen in de week naar school te gaan en die het leuk vinden om veel praktijkervaring op te doen.

Ben je jonger dan 18 jaar? Dan kun je een BBL-opleiding kosteloos volgen. Wanneer je 18 jaar of ouder bent moet de opleiding wel betaald worden. De BBL-opleiding wordt dan vaak betaald door het leerbedrijf waar je werkt.

 

BOL

De beroepsopleidende leerweg (BOL) is een dagopleiding, waarbij je 5 dagen per week naar school gaat. Gedurende de opleiding ga je (meerdere keren) op stage. Deze stage volg je bij een erkend leerbedrijf in het vakgebied. Deze stage wordt ook wel beroepspraktijkvorming (BPV) genoemd.

Het verschilt per bedrijf of je een stagevergoeding ontvangt en hoe hoog deze stagevergoeding is. Ook verschilt het per opleiding hoe vaak je op stage gaat. Wel bestaat er een afspraak waarin aangegeven wordt dat tenminste 20% van de BOL-opleiding uit stage moet bestaan. Deze afspraak maakt de BOL-opleiding zeer praktijkgericht.

Ben je jonger dan 18 jaar? Dan kun je een BOL-opleiding kosteloos volgen. Wanneer je 18 jaar of ouder bent moet de opleiding wel worden betaald.

 

BBL of BOL?

  1. Ga je graag naar school dan kan je kiezen voor de BOL. In deze leerweg ga je 3 of 4 dagen naar school (60-80% van de tijd) en loopt je gemiddeld 1 of 2 dagen (20-40% van de tijd) stage in de beroepspraktijk van een erkend leerbedrijf. Wie liever wil werken en in de praktijk wil leren, kiest voor de BBL. In de BBL ga je 1 of 2 dagen naar school en werk je 3 of 4 dagen in de praktijk van een erkend leerbedrijf.
  2. Als je een BBL wil volgen moet je met het bedrijf een leerwerkcontract sluiten. Daarin staat onder meer dat het bedrijf jou begeleidt en betaalt. Voor BOL-studenten geldt een andere regeling; zij ontvangen geen loon, hooguit een stagevergoeding. Daar staat tegenover dat ze vanaf hun 18e in aanmerking komen voor studiefinanciering en recht hebben op een OV-studentenkaart.
  3. Het opleidingsaanbod: het staat onderwijsinstellingen vrij om opleidingen al dan niet in beide leerwegen aan te bieden. Soms is die keuze er, soms ook niet. Dan wordt een opleiding óf alleen in de BOL, óf alleen in de BBL aangeboden.

 

Een duale studie in het hoger onderwijs? 

Bij een duale studie worden studeren en een betaalde baan afgewisseld of gecombineerd. Werk en studie moeten elkaar aanvullen. Zonder passend werk kun je geen duale opleiding volgen. Je hoeft hierbij geen stage te lopen. In de periode waarin je werkt, ben je werknemer en ontvang je een salaris. Je hebt recht op studiefinanciering voor de periode waarin je studeert. Op de universiteit betekent duaal studeren meestal dat je studie wordt verlengd met een jaar werken in de praktijk.

Let op! Duale studie in Nederland, duaal leren in Vlaanderen? Hoewel beide onderwijsvormen het woord ‘duaal’ gemeen hebben, betekenen ze toch iets heel anders!

Andere vormen van werkplekleren

Naast bovenstaande 'wettelijk gereguleerde' systemen van leren en werken bestaan er nog tal van andere vormen van werkplekleren. Ontdek ze hier.

Deze sectie zal verder worden aangevuld met de verschillende vormen van werkplekleren waarmee in de proeftuinen wordt geëxperimenteerd.